Let op! Aangepaste bereikbaarheid in de zomermaanden. Lees meer.

Het belang van lichaamsgerichte traumatherapie bij vroegkinderlijk trauma

Herstel begint in het lichaam

Vroegkinderlijke traumatisering heeft ingrijpende en langdurige gevolgen voor de ontwikkeling van een mens. Waar traumabehandeling vaak gericht is op gedachten, emoties en herinneringen, laat toenemend inzicht zien dat juist het lichaam een centrale rol speelt, zowel in het ontstaan als in het herstel van trauma. Lichaamsgerichte traumatherapie is daarom niet slechts een aanvullende invalshoek, maar  een noodzakelijke basis voor effectieve behandeling van vroegkinderlijk trauma.

Vroegkinderlijk trauma: een verstoring van lichamelijkheid

Vroegkinderlijke traumatische ervaringen raken niet alleen het psychisch functioneren, maar verstoren in de kern de lichamelijke ontwikkeling. Er is vaak sprake van: 

  • schending van lichamelijke integriteit 
  • inperking van bewegingsruimte 
  • chronische stressbelasting 

Hierdoor raakt het contact met het eigen lichaam als bron van informatie verstoord. Het lichaam wordt niet langer ervaren als betrouwbaar of veilig.
Gevoelens als angst, onveiligheid en onmacht blijven als het ware ‘opgeslagen’ in het lichaam en worden onderdeel van automatische reacties en patronen.
Belangrijk is dat deze verstoring niet alleen ontstaat door duidelijke grensoverschrijdende gebeurtenissen, maar ook door: 

  • emotionele verwaarlozing 
  • onvoorspelbare of afwezige verzorgers/hechtingsfiguren 

Hechting en lichamelijkheid: een non-verbaal fundament

Hechting vormt de basis voor gezonde ontwikkeling en is in essentie een non-verbaal en lichamelijk proces. Wanneer er onvoldoende sprake is van ‘good enough’ zorg, raakt deze basis verstoord. Dit heeft directe gevolgen voor: 

  • de ontwikkeling van emotieregulatie 
  • het vermogen tot zelfkalmering 
  • het gevoel van een samenhangende identiteit 

Op neurobiologisch niveau kan dit leiden tot onvoldoende ontwikkeling van regulerende systemen, waardoor spanning niet adequaat verwerkt kan worden. Daarnaast laat onderzoek zien dat vroegkinderlijk trauma samenhangt met een negatieve lichaamsattitude op latere leeftijd, waarbij dissociatie een belangrijke mediërende factor is (Scheffers et al., 2017). 

Trauma en de ‘brain-body disconnect’

Bij vroegkinderlijk trauma ontstaat vaak een verstoring in de verbinding tussen lichaam en bewustzijn, ook wel beschreven als een ‘brain-body disconnect’. Trauma manifesteert zich mede op het niveau van basale hersenstructuren, zoals de hersenstam, die betrokken zijn bij arousal en overlevingsreacties (Kearney & Lanius, 2022). 

Dit betekent dat: 

  • reacties automatisch en lichamelijk worden aangestuurd 
  • cognitieve interventies beperkt toegang hebben tot deze processen 

Daarom is het noodzakelijk om interventies te gebruiken die direct aansluiten bij deze lichamelijke systemen. 

Waarom enkel cognitieve of verbale behandeling onvoldoende is

Veel reguliere behandelvormen richten zich primair op: 

  • cognitieve verwerking 
  • verbale reflectie 
  • inzicht 

Hoewel deze elementen belangrijk zijn, sluiten ze onvoldoende aan bij de aard van vroegkinderlijk trauma, dat zich juist in hoge mate op een pre-verbaal en lichamelijk niveau afspeelt. Dit leidt in de praktijk vaak tot: 

  • beperkte effectiviteit 
  • terugkerende klachten 
  • moeite met integratie van ervaringen 

Zonder herstel van lichaamscontact blijft de basis voor verandering fragiel. 

Lichaamsgerichte traumatherapie: een noodzakelijke aanvulling

Lichaamsgerichte traumatherapie richt zich expliciet op het herstellen van de relatie tussen lichaam, emotie en bewustzijn. Dit gebeurt via een concreet-lichamelijke en ervaringsgerichte invalshoek, waarbij cliënten: 

  • opnieuw leren voelen wat er in hun lichaam gebeurt 
  • experimenteren met nieuwe bewegings- en gedragspatronen 
  • non-verbale interacties ervaren die bijdragen aan herstel van hechting 

Bottom-up werken: herstellen van regulatie

Omdat vroegkinderlijk trauma zich mede op lichamelijk en neurobiologisch niveau manifesteert, zijn zogenoemde bottom-up interventies essentieel.

Voorbeelden zijn: 

  • grounding 
  • sensory awareness 
  • beweging en balans 
  • aandacht voor spanning en ontspanning in het lichaam 

Deze interventies dragen bij aan: 

  • herstel van lichaamsbewustzijn 
  • regulatie van arousal 
  • vermindering van dissociatie 
  • In plaats van top-down (via cognitie) wordt er gewerkt vanuit het lichaam naar het bewustzijn. 

Van technieken uitvoeren naar procesgericht afstemmen

Lichaamsgericht werken vraagt meer dan het toepassen van technieken. Het vraagt om afstemming op wat er in het lichaam gebeurt. De behandelaar leert: 

  • signalen van spanning en regulatie herkennen 
  • interventies afstemmen op het moment 
  • werken vanuit waarneming in plaats van protocol 

De therapeutische relatie als corrigerende ervaring

Binnen lichaamsgerichte traumatherapie speelt de therapeutische relatie een centrale rol als drager van herstel. Corrigerende ervaringen ontstaan via: 

  • veiligheid in lichamelijke nabijheid 
  • afstemming op signalen 
  • voorspelbare interacties 

Hiermee wordt de relatie een plek waar nieuwe lichamelijke en relationele ervaringen kunnen worden opgebouwd. 

Lichaam als ingang tot herstel en integratie

Door te werken met lichamelijke sensaties, beweging en expressie kan stap voor stap herstel plaatsvinden van: 

  • contact met het zelf 
  • regulatiecapaciteit 
  • gevoel van veiligheid 

Lichaamsgerichte traumatherapie helpt cliënten om opnieuw ‘aanwezig’ te zijn in hun eigen lichaam—een voorwaarde voor duurzame verandering. 

Cursus Lichaamsgerichte traumatherapie

  • Ontdek hoe de lichamelijke ontwikkeling bij vroegkinderlijk trauma is verstoord én hoe het lichaam de ingang is tot herstel;
  • Ontwikkel klinische sensitiviteit: benader traumabehandeling door procesgericht af te stemmen op wat er gebeurt in het lichaam;
  • Versterk de therapeutische relatie door het bewust inzetten van je eigen lichamelijkheid;
  • … en meer

Cursuspagina

Vooruitblik: wat gebeurt er als dit contact ontbreekt?

Hoewel lichaamsgericht werken een essentiële ingang tot herstel biedt, is er een belangrijke vraag:

Wat als een cliënt niet in staat is om contact te maken met het lichaam? 

Bij veel cliënten met vroegkinderlijk trauma speelt dissociatie hierin een centrale rol. In dit artikel gaan we in op hoe dissociatieve processen het behandelverloop beïnvloeden en waarom herkenning hiervan cruciaal is voor effectieve traumatherapie. 

Mia-Scheffers

Mia Scheffers

Dr. Mia Scheffers is onderzoeker en docent verbonden aan het lectoraat Bewegen, gezondheid en welzijn en de Masteropleiding psychomotorische therapie van Hogeschool Windesheim Zwolle. Haar aandachtsgebieden zijn meetinstrumenten op het gebied van psychomotorische diagnostiek, bewegings- en lichaamsgerichte interventies bij trauma gerelateerde problematiek. Ze werkte ruim 20 jaar als psychomotorisch therapeut en seksuoloog bij Centrum 45 te Oegstgeest en in eigen praktijk. Met Ria Helleman schreef ze ‘Trauma, lichaamsbeleving en seksualiteit’ (2013) en met collega onderzoekers en clinici ‘Beweging in trauma; psychomotorische therapie in de stabilisatiefase van complex trauma’ (2016).