Integrale diagnostiek als fundament voor behandeling

Bij volwassenen met een geschiedenis van vroegkinderlijke chronische traumatisering (VCT) zijn hechtingsproblematiek en dissociatieve symptomen onlosmakelijk met elkaar verweven. Voor een effectieve en veilige behandeling is een oppervlakkige blik niet voldoende; een diepgaand, integraal beeld van de cliënt is essentieel. Dit artikel met expert-docent Renate Geuzinge verkent hoe gespecialiseerde diagnostische instrumenten, zoals het Gehechtheidsbiografisch Interview (GBI), een noodzakelijk fundament vormen voor zorgvuldige indicatiestelling. Door niet alleen te kijken naar wat een cliënt vertelt, maar juist naar de manier waarop de levensgeschiedenis wordt verwoord, komen onderliggende patronen van desorganisatie en fragmentatie aan het licht die anders verborgen zouden blijven.

Een vroege ontwikkelingsverstoring wordt zichtbaar wordt in:

  • De narratieve coherentie waarmee cliënten hun levensgeschiedenis vertellen
  • De mate waarin gedesorganiseerde hechtingspatronen doorwerken in het heden
  • De diagnostische presentatie van dissociatieve symptomen

Bij volwassenen met vroegkinderlijke chronische traumatisering (VCT) zijn gehechtheidsproblematiek en dissociatie nauw met elkaar verweven.

Gespecialiseerde diagnostische instrumenten bij VCT

Het gebruik van gespecialiseerde instrumenten zoals het Gehechtheidsbiografisch interview (GBI), Structured Clinical Interview for DSM Dissociative Disorders (SCID-D) /Trauma and Dissociation Symptoms Interview (TADS-I) maakt deze samenhang zichtbaar. Daarmee vormen zij een essentieel fundament voor zorgvuldige indicatiestelling, risicotaxatie en het kiezen van een passende behandelroute.

Zonder deze instrumenten blijft diagnostiek al snel oppervlakkig of fragmentarisch. Met deze instrumenten ontstaat juist een verdiept, geïntegreerd beeld van de cliënt — noodzakelijk voor effectieve en veilige behandeling bij complex trauma.

Twee diagnostische domeinen zijn daarbij van cruciaal belang: gehechtheid en dissociatie. Gespecialiseerde, gevalideerde interviewinstrumenten maken het mogelijk om deze vaak impliciete en gefragmenteerde processen systematisch en betrouwbaar in kaart te brengen.

Het belang van gehechtheidsdiagnostiek en het Gehechtheidsbiografisch Interview (GBI)

Het Gehechtheidsbiografisch Interview (GBI), internationaal bekend als het Adult Attachment Interview (AAI), vormt een hoeksteen binnen de gehechtheidsdiagnostiek bij volwassenen. Met dit interview kan onderscheid worden gemaakt tussen veilige, onveilige en onverwerkte of gedesorganiseerde gehechtheidspatronen. Juist deze laatste categorie komt frequent voor bij mensen met VCT en is sterk verbonden met latere psychopathologie.

Het GBI richt zich niet primair op wat iemand vertelt, maar op hoe iemand op zijn of haar hechtingsgeschiedenis verwoordt. Aspecten als taalgebruik, narratieve coherentie, emotionele regulatie en reflectief vermogen tijdens het interview geven diepgaand inzicht in de mate waarin vroege hechtingservaringen zijn geïntegreerd.

Het instrument is daarmee veel meer dan een semi‑gestructureerd classificatie‑interview. Het GBI is een krachtig diagnostisch middel dat:

  • Het impliciete geheugen activeert en hechtingservaringen aan de oppervlakte brengt
  • Inzicht biedt in de mate van narratieve integratie en coherentie
  • De reflectieve functie en mentaliserend vermogen in kaart brengen
  • Laat zien welke integratiedomeinen (verticaal, horizontaal of op geheugenniveau) in het brein beperkt zijn
  • Richting geeft aan zowel diagnostiek als behandeling

Door deze diepgaande benadering maakt het GBI zichtbaar hoe vroege relationele ervaringen doorwerken in het huidige functioneren, vaak buiten het expliciete bewustzijn van de cliënt.

Dissociatieve stoornissen: het belang van gestructureerde diagnostiek

Dissociatieve stoornissen worden in de klinische praktijk nog altijd regelmatig gemist of verkeerd geïnterpreteerd. Dit heeft verschillende oorzaken. Dissociatieve symptomen zijn vaak subtiel, moeilijk te verwoorden en gaan gepaard met ontkennen (schaamte), vermijding of verhulling. Daarnaast is er doorgaans sprake van aanzienlijke comorbiditeit met andere stoornissen, waardoor dissociatie kan worden verward met andere klachtenbeelden. De klinische presentatie wijkt bovendien sterk af van de stereotiepe beelden die in populaire media worden geschetst.

Juist daarom zijn gespecialiseerde, gestructureerde interviewinstrumenten van groot belang. Instrumenten zoals de DSM Dissociative Disorders (SCID‑D) en de meer recent ontwikkelde Trauma and Dissociation Symptoms Interview (TADS-I)  (ontwikkeld door Suzette Boon) bieden een systematische manier om de klinische fenomenologie van dissociatieve stoornissen te herkennen en onderscheiden. Zij maken het mogelijk om:

  • Amnesie, depersonalisatie, derealisatie en identiteitsfragmentatie systematisch uit te vragen;
  • Onderscheid te maken tussen dissociatieve, psychotische, affectieve stoornissen en Functioneel-Neurologisch Symptoomstoornis (FNS);
  • Nabootsing van dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) te herkennen
  • De ernst en frequentie van symptomen te beoordelen

Door deze gestructureerde benadering wordt dissociatie niet langer een restcategorie, maar een helder gedefinieerd en klinisch betekenisvol diagnostisch domein.

Lees hier interview met Renate over belang van diagnostiek en screening van de hechtingsrelatie.

Renate Geuzinge

Drs. Renate Geuzinge is BIG geregistreerd gz-psycholoog/psychotherapeut gespecialiseerd in vroegkinderlijke chronische traumatisering.

Ze is supervisor voor de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (NVP), de Vereniging voor Persoonsgerichte experiëntiële Psychotherapie (VPeP) en opleider voor de Nederlandse Vereniging voor Groepsdynamica en groepspsychotherapie (NVGP). Renate is tevens oprichter van het Instituut voor Interpersoonlijke Neurobiologie (IPNB) en redacteur voor het Tijdschrift voor Persoonsgerichte experiëntiële Psychotherapie (tPeP). Verschillende publicaties zijn genoemd op haar LinkedIn- profiel.

Renate geeft als hoofddocent bij PAO Psychologie les in: